Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 30

was te weinig gelegenheid, om zijne dogrer naaf behooren optevoaden en te doen onderwazen; —• uit dien hoofde zondt hij haar naar eene nabuurige Stad op een Kostfchool voor Meisjens, 't welk men hem, als zeer goed, aangeprezen hadt. Twee of drie maal in het jaar kwam zij thuis bij haaren Vader en broeder, welke laatstgenoemde bijzonder veel behaagen hadt in haar bijzijn. Karei nam haar bij de hand, bragt haar overal rond, wees haar aan, Welke veranderingen en verbeteringen aan huis, tuin en erf gemaakt waren ; — zij , daarentegen, moest hem dan eenige bijzonderheden verhaalen uit de Stad, en 't was juist in 't fraaist faifoen, toen Emilie eens overkwam. Naar gewoonte bragt Karei haar fpoedig in de tuin, en ook in een nabij gelegen boschje, waarin verfcheiden nieuwe wandelwegen waren aangelegd. — De Leermeester van Karei hadt hen tot dus verre vergezeld, doch de kinderen liepen telkens vooruit, om dat Karei gaarn de eerfte wilde zijn, die zijne zuster deze veranderingen aanwees.

Van dit boschje kon men, langs den getreenen weg, die voorbij het landgoed van den Heer van A... liep, zeer fpoedig thuis komen, — Emilie, reeds vermoeid van de wandeling door tuin en bosch , verzocht haaren broeder, om langs den kortften weg terug te keeren. Men deedt dit,

hoe

Sluiten