Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 4i )

i

half jaar daarna gefloten wierdt. Intusfchen beklaagde hij zeer het lot van zijn Kapkein. Men hadt hem verhaald, dat een gewond Offieer mede gevangen genomen , en onder w:g geflorven was. Dit kan zeker niemand anders zijn , dan mijn Kapitein, dacht Hamisch. — Intusfchen , hoewel dit berigt waar was, zo was dit echter een geheel ander Officier. De Kapitein van A. was noch dood, noch gevangen. Men hadt hem niet ontdekt. Binnen weinig tijd genas hij, evenwel hieldt hij een verzwakking in zijn knie, welke hem bewoog, om, terftond na den vrede, om zijn affcheid te verzoeken. Dit erlangde bij, met den titel van Majoor, en leefde fints dien tijd, in fiilte , in den fchoot van zijne familie, op zijn landgoed.

Zo ras de Majoor hier gekomen was, fpaarde hij geene rroeite, om optefpooren, waar cie redder van zijn leven.zich bevondt. Doch alles te vergeefsch. Hij vermoede dus, dat h j dood was, en dit zelfde hadt Hamisch van hem gedacht. —

Wie kan zich dus de blijdfchap verbeelden van Karei en zijn leermeester, toen zij dezen man, zo onverwag', vonden;— en vooral, wie kan de blijdfchap van den Majoor belchrijven, toen hij zij. nen redder ontmoete. — Naauwlijks toch hadden de Leermeester en Karei dien naam gehoord, of beide verzochten den armen Soldaat, om met hun te C 5 gaan.

Sluiten