Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C st >

zags — Om *s hemels wille — zeide mijn vriend j terwijl wij beide- van onze ftoelen opfprongen | —

Wat fcheelt U? wat is er gebeurd?

Dat is, om dol te worden, zeide de Kapitein* met een zwaaren vloek, — had ik den fchurk, ik reeg hem aan mijn degen — en met wilde hij de

kamer uit. Mijn vriend hieldt hem tegen*

Spaar ten minfien u zelf, mijn Heer! zeide hij — Gij weet, hoe nadeelig eene hevige drift voor Uw geitel is , hoe menigwerf het u reeds benadeeld

heeft; — wie weet, waar de knaap fteekt:

Gij maakt u nog meer driftig: — alle uwe leden beeven. — Laat mij toe, dat ik uw knecht zoeé ke; hij kan toch niet altijd verfcholen blijven; Zeg mij flechts, wat er voorgevallen is. —

Nog was de man niet bedaard; terwijl mijn vriend met hem fprak, ging hij met foelie fchreden de kamer op en neer, en mompelde eenige vloekwoorden binnens monds. Met dat al fcheen hij min of meer getroffen door de herinnering aan zijne gezondheid. — „ Die knaap heeft mij reeds zó „ veel verdriet te weege gebragt" — zeide hij t terwijl hij op een ftoel ging zitten — „ maar, i, vervolgde bij, komt hij niet fpoedig ten voor„ „ fchiin, dan zal ik het hem duur betaald zetten; „ acht dagen zal hij op water en brood zitten j s, en dan jaag ik hem de deur uit."

Sluiten