Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 52 )

7» En wat heeft hij toch gedaan , (vroeg mijn ,, vriend bij herhaaling) waardoor hij U zo zeer „ vertoornd het ft?" — Onder eene menigte van vervloekingen en fcheldwoorden tegen dien armen knecht, wierden wij het volgende ontwaar. De Kapitein hadt, daags te vooren , een Patrijshond voor zeer veel geld gekocht, hadt dien, met zijn eigen handen, des avonds in zijn flaapvertrek opgefloten , en was daarop vertrokken , met last aan zijn bedienden, dien hij de fleutel gaf, om, bijaldien hij niet t'huis kwam , voor dat hij naar bed ging, den hond eten te bezorgen. —— De knecht doet dit getrouw, en fluit de kamer we» derom digt. 's Morgens thuis komende, wil de Kapitein zijn hond zien. Hij opent de deur, dcch de hond was niet te vinden. Wien kon hij anders voor de oorzaak houden, dan zijn knecht, die zeker, toen hij hem eten bragt, den hond uit het vertrek hadt gelaten. Deze houdt intusfchen het tegendeel ftaande, en heeft zelfs de onvoorzigtigheid, om te zeggen, dat zijn Heer, bij het ope. nen van de kamer, den hond welligt zou hebben laten lopen. Het verlies van den hond, het ontkennen van den knecht, en de onbedachte befchuldiging van dezen , maaken den Kapitein , wiens hoofd door eene flaaplooze nacht reeds eenigfins ontfteld was, nog meer driftig, zodat hij zijn kneht

zeer

Sluiten