Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 53 )

zeer flegt behandeld zou hebben, indien deze den dans niet ontiprongen was.

Leer hier uit intusfchen, lieve Koenr aai ! tot welke groote ongeregrigheden en dwaasheden drift en overijling den mensen dikwils kunnen brengen, en hoe gelukkig hij daarentegen is, die altoos met bedaardheid en koelbloedigheid te werk gaat. • Koenr. Was de knecht dan in de daad onfchuldig?

Leerm. Dat zult Gij terftond hooren, lieve Koenraad ! Mijn vriend liet den Kapitein eerst uitpraaten, en toen deze zijn verhaal geëindigd hadt, en wat bedaard was, vroeg mijn vriend hem, of hij alles wel naauwkeurig onderzocht hadt? De Kapitein verzekerde hem, dat er geen hoekje was, waarin de hond zich zou kunnen verfchuilen , of hij hadt het nagezien. — „ Zeer wel, zeide mijn „ Vriend, maar weest zo goed, en gaa eens met „ mij naar Uw flaapvertrek ?" — „ »t Is te verr „ geefsch, antwoordede Kapitein " — „ En noch. „ tans geloof ik het niet. Mij is iets te binnen ,, gefchoten, waaraan Gij welligt in de eerfte drift „ niet gedacht hebt," — Zij gingen famen heen, terwijl de knecht nog al opgefloten bleef. — In de kamer komende, doorzocht mijn vriend het bed, doch daar was geen hond: — hij zocht al verder, maar vondt niets. Eindelijk komt hij bij een raam.

D 3 „ Dit

Sluiten