Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 54 )

„ Dit raam is niet digt: hebt Gij het zelf ook'open ,, gelaten?" — De Kapitein bragt zich dit te pin. pen — en gevoelde zijn misflag. Hoe heet Uw hond? vroeg mijn Vriend. •— Hij roept hem vervolgends bij name. Men hoort een hond blaffen, „ Ha • zegt de Kapitein — daar is hij" -- begon zelf te roepen en te fluiten, en in weinig oogenblikkcn was de hond binnen de kamer.

Ppgetogen van blijdfchap, omdat hij den hond weder gevonden hadt, fprong de Kapitein door het huis, en riep den knecht. Wij lieten hem in ftilte Uit het kamertje, waarin hij verborgen was, en hij nam mede deel in' de blijdfchap. Zijn Heer wist piet, op welk eene wijze hij hem vergoeding zou geven voor dit ongegrond verdacht, en voor zo veele harde woorden. — Tevens bedankte de Kapitein mijnen vriend hartlijk voor zijne hulp. Zo wierdt, door eene noodleugen, een groot onheil voorgekomen. —

Gij ziet, lieve Kunraad! uit deze voorbeelden, dat er gevallen zijn kunnen, waarin het geoorloofd js, de waarheid te verbergen, maar deze gevallen zijn zeer zeldzaam. Hij, die de waarheid achterhoudt, moet et zelfs geen belang bij hebben, dan alleen voor zo verre hij anderen daardoor eenigen dienst bewijst, — Waren de menfchen alle, zo als dezelve behoown te zijn, verftandig, niet overheersen.!

Sluiten