Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 59 )

paan heeft. — Heb ik het niet getroffen? — Hoe kunt Gij toch daarvoor eenige vrees hebben? Denkt Gij dan, dat hij van den dooden wederom zal opftaan, om U kwaad te doen ? Weet GÜ niet hoe lief hij U hadt?

Constant. Dat kan wel waar zijn, — maar r- ik kan onmogelijk alleen gaan : liever wil ik morgen mijn zomerkleed niet aantrekken.

F red. In allen gevalle, 't is mij wel: maar geef mij dan ten minften den fleutel, om mijn rok te krijgen,

Const. Zie daar; — maar breng dan ook mijn rok mede. — O! weest zo goed!

Fred. Dat durf ik niet! wat zegt Gij er van Juffrouw? —

H u i s n» Voor zeker neen ! ik ben verzekerd, dat Gij het zoudt moeten terug brengen, wanneer Uw Vader het gewaar wierdt. (tegen Conflantijn') Wik Gij uw rok hebben, dan moet Gij dien zelf haaien, (tegen Frederik") Weet Gij de Kas, waarin de kleederen liggen? -—

Fred. Ja, aan de 'rechter hand, in het kamert» je, raast de groote kamer.

H u 1 s h. Ja, dezelve liggen op de bovenfte plank. — (Frederik vertrok ; nu vervolgde zij tegen CanJtantijnO — Hoe is het toch mogelijk, dat Gij ü v ' du*

Sluiten