Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 65 5

avond, zo als ik op het punt ftondt, om in flaap te geraaken, hoorde ik eenige beweging boven op het Ledikant, en, eer ik naauwkeurig kon luisteren, wierden de Gordijnen zeer fnel open en terftond weder toegehaald.

Const. O Hemel! en waart Gij toen niet bang, Vaderlief? —

Vad. Ja wel was ik bevreesd , Want ik was nog zo kinderachtig, a's gij.

Const. Ik zou in doodsangst gelegen hebben.— Fred. Nu, Conftantijn, Iaat Vader toch voord

vertellen i Dus wierdt het Gordijn heen en

weer getrokken ? —

Vad. Ja wel — en ik wiide om hulp roepen, maar dat kon ik niet, van angst en vrees , want terwijl ik dit doen wilde , wierdt het Gordijn op nieuw open getrokken, en terftond wederom digt. •Const, Nu, daar was toch zeker iets. Vad. Zeker was er iets; terftond zult Gij het hooren. — Het gelukte mij eindelijk zo luid te roepen, als ik kon. Mijn Vader hoorde mij, zijn ilaapkamer was naast de mijne : terftond kwam hij met de kaars, en, zo ras ik hem zag, vloog ik regtftreeks van het bed op hem toe. Hij verfchoot, ik kon van fchrik niet fpreken, zag vreesachtig rondom , en wilde mijn Vader mede uit de

kamer trekker. Eindelijk , na veel moeite,

E ver»

Sluiten