Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C as •>

verhaalde ik hem nog binnen de kamer mijn geval. Onder dit verbaal ontdekte hij het zelf. Hij was verwonderd, en ging er terftond paar toe. Ik wilde hem dit beletten: — neen, zeide hij, dat kan niet baaten, wij moeten zien, wat er te doen is. Ik trilde, als een blad aan een boom, geen lid aan mijn geheele lichaam ftondt ftil. Hij zag hier en daar , het Gordijn wierdt op nieuw bewogen. — Eindelijk viel hem in, of er ook misfchien iets op het Ledikant zijn mogt, *t welk deze beweging

veroorzaakte Hij nam , ten dien einde, eene

ladder, klom er op, en ziet daar, — wat meent Gij, dat het was?

Beide. Wie kan dat raaden?

Vad. Een rot.

Const. Dat had ik nooit gedacht! — maar hoe kon die rot het gordijn open en toe trekken?

Vad. Zij was met haar voorfte poot in een naauw ringetje, tusichen de beide ijzere roeden, vast geraakt, en kon er de voet niet wederom uit. trekken. Zo ras zij dus wilde voordlopen, trok zij het gordijn open, en liep zij weder terug, dan trok zij het'toe.

Fred. Dat is toch aardig.

Vad. Verbeeldt u nu, indien mij Vader de zaak niet zo naauwkeurig onderzocht badt, dan zou de rot zich, waarfchijnliik, fpoedig hebben los ge-

maakt,

Sluiten