Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 >

Gust. Dan konden wij onder de boomen fchuilen. —

Leerm En ons zelf dus, Iigm(*rdig , in gevaar begeven, om van den bükfem te worden getroffen? — Weet gij niet, lieve Guftaafl dat de blikfem zeer ligt in h;oge groote boomen fjaat, zo als die, onder welke gij uwe toevlucht wiit nemen ? —

Zij gingen dan naar een nabijgelegen dorp. Het onweder naderde al vast; Guftaaf wierdt meer bevreesd , en evenwel , zijn leidsman wilde er geen voetfiap meer om doen , noch ook zich eenigfing verhaasten : veeleer fcheen het, als of hij, naar mate het onweder naderde, zo veel te langzaamer liep. — Ach! (zeide Guftaaf, terwij! hij zijnen leermeester bij de hand vatte, om hem voord te trekken,) — laat ons toch wat meer fpoed maaken.

Met een kwam er een fterke blikfemftraal; — één, twee, drie, telde de Leermeester in ftilte voor zich zelf, tot aan acht, toen kwam de donderflag. Wij kunnen niet harder.gaan, zeide bij, wij troeten nog langzaamer wandelen, want het onweder is ons zeer nabij — Hadden wij deze hooge boo. men, niet hier ter zijde , op eenigen affiand van ons, maar bevonden wij ons op eene opene vlakte,, indedaad, wij zouden op den grond moeten gaan."

leg-

Sluiten