Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 87 )

flechts langzaam. Bij den muur komende, die de beide tuinen van elkander affeheidde, vondt Willem eene ladder, en klom op denzelven, om over de mnur te zien. — Ach! welk een treurig tooneel voor dien mededoogenden jongeling. De dochter van die arme weduwe wilde ooft plukken, was van boven neder gevallen en lag daar geheel be. bloed, neder. Voor haar itondt haare moeder, de handen wringende, en bitter weenende. Wat fcheelt uwe dochter? vroeg Willem — Ach ! zeide de oude vrouw, zeker zal zij een been gebroken hebben , en hier is niemand , die haar kan helpen. Willem riep terftond den tuinman , en belaste hem, om een heelmeester te haaien. De arme vrouw hoorde dit naauwlijks, of zij badt insgelijks, dat hij dit doen wilde, om dat zij haare dochter niet alleen kon laten leggen. Doch hier baatte niets, die onmedoogende man verontfchuldigde zich met zijn werk, 't welk nog

dien avond moest worden afgedaan. Hoewel

Willem hem verzekerde, dat zijne ouders dit niet kwalijk zouden neemen, dat hij alle de gevolgen voor zijne rekening nam, niets kon baaten; integendeel, hij voegde er nog bittere verwijten bij; — „ laat dat oude wijf lopen, zeide hij, zij ver„ dient het niet, dat men een voetftap om haarenr „ wille verzette; laat zij zelf heen gaan."

F 4 Wacht

Sluiten