Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 91 )

leeren, zij hadden denzelfden onderwijzer, die aan beiden dezelfde moeite en tijd befteedde , — en nochtans was er zulk een groot verfchil tusfchen die beide broeders. —

Misfchien denkt gij, dat Lodewijk niet vlug was, weinig geestvermogens bezat; — of ook een zieklijk lichaam hadt , en zeer lang ziek geweest was? _ Neen, lieve kinderen! niets van dit alles, Lodewijk bezat de voortreflijkfte vermogens, hij kon zeer goed leeren, — en , indien een van beiden moest uitmunten in geestvermogens, dan geloof ik, dat Lodewijk zijn broeder Hendrik nog overtrof. — Ik heb dikwils befpeurd, dat Lodewijk veel fpoediger iets begrijpt, dan Hendrik, ook dat hij veel fpoediger iets van buiten kon leeren, dan zijn broeder. —

„ Ja, maar Lodewijk is ook jonger, dm Hendrik." — Dat is zo , maar zou een jaar zulk een groot • onderfcheid maaken ? — Gelijktijdig met deze twee broeders wierdt nog een knaapje onderwezen van negen jaaren, en, ik verzeker u, hij is zo ver als Hendrik, en is, zo al niet even verftandig, als Hendrik, nochtans verftandtger, dan Lodiwijk. Dus kan de reden ook al niet in ha verfchil van jaaren liggen. —

En waarin dan toch ?

Lodewijk hadt een graot gebrek, *t welk in den %r eer»

Sluiten