Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 95 >

Boegen , vooral v a meer een van zijne broeders of zusters daarmede fpot.

Meermaalen poogde msn hem te wederleggen, doch nooit gaf hij eenig gehocr aan 't geen men hem zeide, en deedt niets , dan wederleggen. —• Wilde men derhalven met hem in vrede leven, dan moest men liever zwijgen. —

Doorgaads meende hij, door deze en geene in. vallen , die hij voor geestig hieldt, te behaagen, en was daarom doorgaands de eerfte , die er om lachte, wanneer dan een ander om zijne dwaasheid lachte, dan hieldt hij dit voor een blijk van het fnedige en geestige zijner gezegden, herhaalde dezelve dikwils, ondereen luidruchtig gefchater, zonder te voelen, dat hij zich hier door nog meer belachlijk maakte. —

„ Maakten dan zijne Ouders of Leermeesters „ daarop geen aanmerking?" — Wel zeker, lieve kinderen ! Deze gingen dagelijks met bem op en neder, en dus hadden zij de meeste onaangenaamheden van zijn lastig karakter te dragen. Zij bleven uit dien hoofde niet in gebreken, om hem zij. ne misdag onder het oog te brengen; ja, meermaalen hadt men gedreigd, hem te zullen draffen, indien hij l'prak voor dat hij gèVraagd wierdt, voornaamlijk in tegenwoordigheid van vreemden; doch dit gebrek fchijnt reeds te zeer de overhand bij

hem

Sluiten