Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 102 )

Grootv. Wat dan? dat men rsavonds niet is de tuin durfde gaan?

Mina. Neen, maar dat het dikwils bij avond gebeurde, dat de menfchen door fpooken . .. . »

dat zij heele lelijke dingen zagen. Gij moest

het eens gehoord hebben. —

Grootv. Ja, ik weet wel, wat onwetende en eenvouwige menfchen dikwils verhaalen; maar nooit bad ik gedacht, dat gij u door zodanige verhaalen zoudt hebben laten bevreesd maaken. In de daad, ik hield er u te verftandig toe. Hoe dikwils hebt gij uwe Ouders en mij over diergelijk foort van verhaalen zien lachen, en thands verdient de oude Motie meer geloof bij u, dan wij. — Wel, Mina, heeft zij u dan ook gezegd, wat een fpook is?

Mina. Zij zeide, dat het de zielen waren van geftorven perfoonen, die verfcheenen 'snachts en plaagden de menfchen, die haar ontmoeten ; zelf fprongen zij hen op de fchouder, en floegen of krabden hen. —

Grootv. Wel , als dat waar was, dat zou le. lijk zijn. Maar zeg mij eens, kan men dan een geest zien of voelen? Hebt gij ooit mijn geest gezien ?

Mina. Neen, dat heb ik niet. —

Grootv. Hebt gij dan uw eigen geest gezien?

Miw*. Neen, ook niet. —

Grootv.

Sluiten