Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 103 )

Grootv. Wel, hoe zoud gij dan fpooken kunnen zien , indien deze de zielen van geftorvenen zijn ? Of zouden dezelven misfchien, na den dood, zichtbaar worden?

Mina. Misfchien ja.

Grootv. Toen dan uw Neef Mawits ftierf, hebt gij toen zijn ziel wel gezien, toen dezelven het lichaam verliet? Gij waart er immers bij?

Mina. Neen, — ook niet toen Tante ftierf, daar was ik ook bij tegenwoordig.

Grootv. Dierlialven zullen onze zielen wel onzigtbaar blijven na onzen dood. Ik heb in mijn leven wel meer dan honderd menfchen zien fterven, maar nooit iets kunnen ontdekken van de ziel,

die het lichaam verliet. Zoud gij nu niet wel

beginnen te denken, dat het met diergelijke fpookhiftorien meer fabel, dan waarheid zijn zal ?

Mina. Maar, lieve Grootvader, van waar hadt Marit dan die menigvuldige verhaalen, niet van onbekende, maar van bekende perfoonen. Haar eigen vader hadt, zo als'zij verhaalde, meermaalen fpooken gezien, en eens hadt hij bijkans het leven daar bij ingefchoten.

Gbootv. Lieve kind! Marie is de eenige niet, die diergelijke hiftorien weet te verhaalen. Zo veele, die eene meenigte van diergelijke gefèbiedeG 4 nis-

Sluiten