Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X u2 )

domme , onkundige menfchen zagen, dat indere menfchen, die meer verftand hadden, een of ander deeden, 't geen zij niet konden begrijpen, hoe dit mogelijk ware , dan meenden zij, dat deze menfchen dit niet deeden door gewoone, natuurlijke kragten, maar daarin door eenig hooger weezen wierden geholpen. Aan deze hogere wezens gaven zij allerlei naamen — dan eens noemden zij dezelve Geesten, dan eens Tovernimfen , dan weder Wierdt de duivel in het fpel gebragt. Menfchen, die, volgends hunne eenvouwige meening, door zodanige hoogere geesten wierden geholpen, kieegen den naam van tovenaars of toveresfen. Hoe goed is het derhalven, wanneer men van jongs af het verftand heeft verrijkt met nuttige kundigheden; — de wijze man laat zich door diergelijke dingen nooit begochelen. Hij weet, dat al wat men toverij noemt, niets anders is, dan een fpel van 't bedrog, 't welk zich bedient van meerdere kunde in de krachten der natuur, en hierdoor uitwerkfelen weet daarteftellen, die een min doorzigtig gemeen, onbekend met diergelijke krachten, voor bovennatuurlijke uitwerkfelen befchouwt, terwijl de verftandige met deze dingen den fpot drijft.

Mina. Onze Leermeester zeide ons, dat er heele dikke boekdeelen met gefchiedenisfen van

dien

Sluiten