Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 121 )

Grootv. Dat wil ik wel doen, lieve kind! — doch liefst heden niet. Ik hoor uwe moeder, die ons ter tafel roept. — Morgen hoop ik dit verhaal te vervolgen ; mids onze Karei niet wederom ,diergelijke fpotachtige aanmerkingen tusfehen beiden inbrengt, want dan mogt Mim zich niet zo goed, als heden, kunnen bedwingen. Intusfchen prijze ik u zeer, lieve dogter! dat gij u zo verftandig gedragen, en gezwegen hebt. Uw broeder meende het toch zo kwaad niet — als het wel fcheen. Hij weet, dat Mina een fchoone ziel hooger waardeert, dan een fchoon lichaam,

Louize. Is het dan nu gedaan?

Grootv. Voor heden, ja.

Louize. Waar blijft dan de Tovernimf?

Grootv. Die is reeds digt bij — en zal fpoedig opdagen.

VERVOLG VAN DE AVONDGESPREKKEN VAN VADER RODERICH.

„ Nu, lieve Grootvader! zal toch heden avond „ de Tovernimf, zo ik hoop, op het tot» eel ver„ fchijnen," dus begon Lmtize het gefprek, zoras H 5 de

Sluiten