Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 133 )

fehadt een hoed van ftroo op, die verfierd was met c eene fraaije krans van bloemen. Haare handfchoernen waren van groene ftcf, met beide handen 1 hieldt zij een groene bloempot, waarin een klein [ groen bloemtje wa?.

Om dat dus haar gelieele voorkomen, haar geiwaad, en al wat zij droeg, groen was, noemden I de geenen, die haar kenden, haar moeder Groen.

„ Laat niets u ftooren, lieve kinderen, in uwe . „ onfehuldige vermaaken.'* Dus fprak zij deze meisjens aan. „ ft verheug mij altoos, wanneer kindc „ ren vrolijk zijn, op zulk eene onfehuldige wijze, __ Gij, lieve Nina ! zongt daareven een „ lied van eene bloem , die nooit verflenst. Gij „ noemde dezelve , het bloemtje altoos groen! —< " Vcrvolgends zag ik , dat gij in het boscli eene wilde roos plukte ; door deze keuze febijnt gij ,* mij bijzonder verdiend te hebben, dat ik u een gefchenk aanbiede, 't welk veel tot uw geluk \ zal toebrengen, Zie.hier een groen takjen , ,[ waarop gij vier bloemen, en twee knoppen " vindt, — dit is het bloemtjen Jltsos-gioei, waar-

" van gij gezongen hebt. '• Ik geef het u ten

„ gefchenkej— bewaar, en kweek hetzelve zorgvuldig; doch let wel op - ik verzeker u, dat " men hetzelve piet kan bewaaren , door hetzelve

Sluiten