Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 131 >

f> Verheugen over het leed eener Vrouw, die toch „ dien finaad, haar toegevoegd, zal gevoeld heb,, ben?" — — Nina was terftond overtuigd en. getroffen — met weemoedigheid zag zij naar haare bloemtjens: — haar oog fcheen om vergeving te fmeeken; en den geheelen dag gedroeg zij zich zo braaf, dat, nog eer het avond wierdt, haar tak* je wederom, met nieuwe fchoonheid bloeide. — Louize. Dat was lief.

Karel. Ik geloof, dat gij nog al dikwils zulk een grapje zoudt bij de hand gehad hebben; om eerst de bloemtjens te doen kwijnen, en dezelve dan 's avonds wederom te zien ontluiken. —.

Mina. Van waar haalt gij nu wederom die uitlegging? Was het dan niet goed, dat dat takje 's avonds wederom in volle fleur ftondt, en mag Louize dat niet lief noemen?

Karel. Daar heb ik niet tegen: — ja zelfs» ik vinde het, indien gij het zo goed vindt, regt arrdig; maar met dat al, is het toch goed, dat fommige zodanig takjen niet hebben; 't zou wel eens ter verontfchuldiging kunnen dienen, voor fommigen, wanneer zij eens wat al te nieuwsgierig waren — zij zouden dan kunnen voorwendea, dat zij eens wilden zien, of hun takje nog wel van kragt was.

Grootv. Stil, kleine (potter! geen woord I a meer,

Sluiten