Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij alle gevoelden te zeer ae waarheid van dit gezegde, — Nu zal ik U ook nog een diergelijke gefchiedenis verhaalen, zeide Vader Roderich, van den Prins der Roxolaanen — doch dit doen wij op een anderen avond.

^VERVOLG VAN DE AVONDGESPREKKEN VAN VADER RODERICH.

Reeds veele avonden waren voorbijgegaan, zon» der dat Vader Roderich de gefchiedenis van den jongen vorst der Roxolannen, zo als hij hadt beloofd , verhaald hadde. Telkens hadden de kinderen, en vooral Karei en Louizi hem herinnerd aan zijne belofte,-maar telkens hadt hij de vervulling daar van uïtgefteld, tot nader gelegenheid — of ook vroegen Hendrik en Mina weder om iets anders, 't welk noodzaaklijker was, en waarin hij meer belang ftelde. — Eindelijk beloofde hij ftel« lig — „ morgen, morgen zal ik U de gefchiede„ nis verhaalen;" — en naauwlijks konden Karei en Louize den avond van dien volgenden dag geduldig afwachten. — Hoe zeer zij ook de fpoe« dige nadering van dien dag wenschten, 't was te

ver-

Sluiten