Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 1*7 )

wijs Vorst, en moest dus zeker weten, wat hij dèedt. —

Toen die Vorst en zijne Gemalin eens fpraken over hun kind, liet zich bij hun een oude grijsaard aanmelden. — Men liet hem binnen komen — eer. bied boezemde zijne gedaante en houding in. — Hij begeerde den Koning en de Koningin geheel alleen te fpreeken. — Toen elk der bedienden het vertrek verlaten hadt, zeide hij:

„ Ik weet, gijlieden waart bezig met een ont« „ werp over de opvoeding van uw kind: — doch, „ gelooft mij, met alle uwe zorgvuldigheid zoudt „ gij uw doel niet bereiken. Uw ontwerp hoe „ edel, zou mislukken. — Uw kind zou, aan het

Hof blijvende , aan dezelfde zwakheden en ge„ breken, ja meer nog, blootgefleld blijven, als „ in hel fchool. De vleijende Hoveling zou hem „ bederven. Welaan! geeft uw kind over aan de

zorge eener achtingswaardige Vrouw, mijne „ Vriendin Leda, Gij kent haare wijsheid, braaf. „ heid en invloed. Onder haare leiding zal uw „ Zoon gelukkig zijn.

„ Zij wil u niet overijlen. — Gij hebt twaalf „ dagen in uwe keuze; — weet, wat gij be„ fluit." —

Hij vertrok. — Beide ouders waren nu in grooten tweeflrijd, wat te doen. Zeer hard Viel hun het denkbeeld van zo fpoedig te zullen fcheiden K 2 van

Sluiten