Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 149 )

n eene traar, zal u grduurig onderrichten van zij* „ nen weifan i : yfat&t de elve rood, dan heeft „ eene ziekte hem aangetast, doch wordt dezelve „ zwart, can (*t geen de groote Regeerder van „ alles verhoede) zou zijn hart door de ondeugd „ bedorven zijn. De twee kleine fteenen, die aan ., de zijden zijn, zullen van tijd tot tijd toene„ men , en ten tijde van zijne wederkomst in s, elkander groeijen." —

Naauwlijks hadt zij dien ring aan haare vinger, of de rust keerde weder in haar hart. In haar betraand oog las men de onderwerping aan den grootén Regeerder van alles; — „ gaa! zeide zij — „ Eerwaardige Grijsaard; gij weet, we'k een dier„ baar pand wij u toebetrouwen — breng het ons „ terug zo wij zulks van u wenfehen." —

In een oogenblik verdween hij met het kind! —

Louize. Hoe kon hij zo fpoedig verdwijnen?

Grootv. Louize, ik heb u reeds gezegd, dat dit een Sprookje of Fabel is; — dit moet gij niet vergeten. Want anders zoud gij u wonderbaare denkbeelden vermen.

De Grijsaard -ging met Altnanzor naar eene een: zaame landftreek, alwaar weinig menfchen wooni den. Deze verblijfplaats hadt de tovernimf voor hem uitgekozen, op dat hij van zijne vroeglte . jeugd af zou bewaard blijven , om ooggetuigen van flegte dasden te zijn. Zij was eene verftanK 3 di-

Sluiten