Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 151 )

de menschlievende buuren de ellendiger! niet te hulp gekomen waren. Niemand wilde zich zelf uitfluiten van de gelegenheid, om deze ongelukkigen te helpen: alle beijverden zich, om hen goed te doen. Zelfs de kinderen gaven van bun ontbijt een gedeelte aan deze ongelukkige kinderen; andere vroegen hunne ouders, om eenige klederen hun te mogen mededeelen , zonder dat zij andere in de plaats begeerden. De Vrouwen onderfieunden de Weduwe in vrouwelijke en huisfelijke bezigheden , terwijl hunne mannen den akker voor deze ongelukkigen bearbeiden. Dit alles zag j&< manzor: overal verzèlde hem zijn eerwaardige vriend ; hij maakte hem op alles opmerkzaam , maar gaf hem tevens van tijd tot tijd te kennen, dat hij niet altoos onder zulke braave menfchen zou leven.— Met zeer veel oplettenheid hoorde Almanzor naar zijne redenen, en gaf duidelijke blijken , hoe zeer zijn hart gevoelig getroffen was door de dagelijkfche voorbeelden en de leeringen van zijnen vriend. Al ras wilde hij niet meer een ledig aanfehouwer zijn, — hij wilde zelf werken — en zijn vriend liet het hem aan geene gelegenheden ontbreken, om zijne neiging te bevredigen. — Zo ras zijne vermogens het toelieten, wees de Grijsaard hem zeer veele kleine bezigheden aan, die zijn lichaam kragten oefenden, zonder dezelve uitteputten. Dan eens moest hij in de tuin werK 4 ken,

Sluiten