Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 172 )

aFtewiizen, hij wicrd befchaamd, doch er waren zo veele ftemtnen van dit gevoelen, dat hij eindelijk zwijgen moest.— Eenige dagen daarna wierdt aah Alid en hem eene moeilijke fom opgegeven. Bij het onderzoek bleek . dat beide dezelve goed uïtgecijfferd hadden; doch Alid was eer gereed geweest, dan hij, en kreeg uit dien hoofde eene bijzondere loffpraak. Almanzor wierdt neerflagtig en jaloers : hij Hond op het punt, om Md, met nijdige oogen te begluuren , dcch gelukkig waarfchuwde hem zijn ring. B?fchaamd over zijne onedele ijverzucht, verzocht hij om de vriehdfcbap van Alid. —

Deze en diergelijke waren de gebreken waarin Almanzor verviel , doch waarvan hij telkens gene'zen wierdt. Voords was hij gehoorzaam aan de wetten van dit gefticht, opmerkzaam op de lesfen en onderwijzingen , naarftig in het leeren, en ijverig in a! zijn werk , zo dat de opzienders hem boogfch'atten, als een jongeling van geest, verftand 'cn braafheid. —

Ik heb u reeds gezegd, dat Husfein met hem wierdt verplaatst naar de derde clasfe : gij weet ook reeds, dat Husfein een vlug en bekwaam maar eergierig jongeling was. Hoe zeer ook de vriend van Almanzor, kon hij echter niet verdra. gen, djt deze, die twee jaaren jonger was, met

hem

Sluiten