Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 174 )

dekte hier duidelijk de jaloursheid van Husfein. en ftondt cp »c punt, om hem dezelve in het aangezigt te verwijten, — toen hij eene groote verandering op zijn ring ontwaar wierdt, die hem zeer verwonderd deedt Maan. — Een ffeen van uitmuntende fchoonheid en grootte kwam daarop te voorfchijn. Zijn e'gen hart ontknoopte dit raadfel: de traanen over zo veele ongelukkigen geftort, verdienden die beloening. Caarn vergaf hij nu den fpotter, en zonder eenige bitterheid aan den dag te leggen, verdroeg hij zijne befchimping. Doch in plaats dat Husfein hierdoor zou getroffen worden, wierdt zijne ontevredenheid nog grooter : zijne jaloursheid klom ten boogften top; nijd en haat vervulden zijn ziel, toen Almanzor, wiens traanen niet verborgen f leeven , door den opziender, die hen vergezeld had , uit hoofde van zijn medelijdend gevoel geprezen, en hij in tegendeel, uit hoofde van zijne fpotternijen, die een ongevoelig hart aanduiden, berispt wierdt. —

Van dien tijd af bediende men zich meermaals van Almanzor in zaaken van groot gewigt, en over. al toonde hij, dat hij de man van fmaak was. On» der anderen kreeg hij een opdragt als gezant van den Koning aan het hof van China. — Men ftelde veel vertrouwen in zijne opregtheid , ftilzwijgenheid, en bekwaamheid, en verwachte dus van de■ ze

Sluiten