Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t «78 ?

Cöuizi. Och! hadt hij het maar niet gedaan. Karel. Ja! ik vrees voor hem: die ondeitf gende Husfein heeft Zeker een kwaad oogmerk.

Grootv. Zij waren in de tuin reeds eenige keeren op en neder gewandeld, en gingen een hoek om, in eene naauwere laan, toen, onverwacht, drie gewapende mannen ten voorfchijn kwamen, en «p Almanzor aanvielen. Zeker zouden zij hem hebben nedergeworpen en gedood , hadt Husfein zelve zich niet tusfchen beide gefield, om dus het voorkomen te hebben, als of hij zijnen Vriend befchermen wilde. — Intusfchen kreeg Almanzor zo veel tijd, dat hij zijn fabel kon trekken , en het ongelijk gevegt begon. Almanxor ftreedt als een leeuw; een der gewapenden was reeds neergeveld, toen, op 't onverwachts, zijn oude leidsman , met twee andere gewapenden, kwam, en de verraders noodzaakte te vluchten. — Husfein was ook gevlucht — maar de Grijsaard hadt alle toegangen laten bezetten, en aan de poort van den kof was hij aangehouden. —■

Almanzor omarmde zijnen redder. „ Gij hebt „ edel, maar zeer onvoorzigtig gehandeld;" zeide deze — „dank den Hemel voor uwe redding: — „ ik verloor u niet uit het oog: ik waakte voor „ u, toen uw hart uw verftand zodanig hadt be.

toverd,dat het in eene volftrekte onbedagtzaam„ beid verviel. — Hoe kont gij Husfein, dien

Sluiten