Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<: i«3 >

V* met geld) dit zult gij wel van nooden hebben. —» „ Aarfel geen oogenblik — neem dien." —

Husfein was anders een man van edelen inborst — eene te verregaande eergierigheid hadt hem verblind , en de wraak hem verleid tot die fnoode daad, waarom hij gevangen was. „ Neen (zeide „ hij) grootmoedige man — ik maak geen gebruik „ van uwe edelmoedigheid, zonder te weten, wie j, gij zijt." — Uw Vriend (zeide Almanzor) — „ Kunt gij dat zijn (antwoordde hij) en niet be. „ geeren, dat ik u ken, dat ik u dank?"— Lang kon Almanzor niet befluiten, om aan zijne begeerte te voldoen —■ eindelijk, hij nam den fluijer af — en Husfein — o, wie kan de aandoeningen befchrijven — waarmede hij zich voor de voeten van Almanzor nederwicrp. — Almanzor moest hem noodzaaken, om het geld te nemen.— Eindelijk fcheiden zij van een. — Husfein fpoedde zich naar de grenzen, en Almanzor kwam, van eene andera zijde in de ftad, waar het berigt van de bevrijding van Husfein reeds gekomen was; doch wierd het geheel anders verhaald , als de zaak in waarheid gebeurd was. De lafhartige foldaaten verhaalden, dat zij van eene zeer groote meenigte gewapende lieden overvallen waren, die hun die gevangenen ontrukt hadt, maar welke zij niet hadden kunnen achtervolgen. <— Wanneer de Koningen der Roxolaanen in het hu.

M 4 W«f

Sluiten