Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 185 >

lang naderhand hadt hij van denzelven voordeéj in de beoordeeling der menfchen. —

Louise. En de Grijsaard?

Grootv. Wie die was? dat kan ik u heden nog niet zeggen. Hii leefde tot aan zijn docd, aan het hof van Almanzor, en verheugde zich in het geluk van zijnen kweekeüng.

VERVOLG VAN DE AVONDGESPREKKEN VAN VADER RODERiCH.

De Kinderen waren den volgenden avond naauwlijks bijeen, of zij fpraken er onderling over, wat Grootvader nu weder verhaalen zoude. „ Zouden s, wij weder van een Tovernimf hebben?" vroeg de kleine Louize. — „ Dat wenschte ik wel," zeide Karel. — ,, Ja! ja! met bluemtjens en krans„ jes, met ringen en (teentjes, die zo fraai Ichit„ teren;" — dus riep Mina vrolijk uit. —

Karel. Dacht ik het niet wel, dat gij u weer zoud vergaapen in dat poppegoed. — Laat diergelijke beuzelingen voor de kleine Louize over, maar bekommer gij er u niet om. — Denk liever om de zedelesfen, die er in opgefloten liggen, —

Mina. Hoor! Hoor! mijn Heer de ZedemeesM 5 "*

Sluiten