Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i$6* )

ter is weer doende. Even als of hij zich zelf nooit vergaapt aan beuzeiingen. —

Hendrik ftond op 't punt, om als de oudfte, en die de wijste behoorde te zijn, een einde aan dit gefchil te maaken, toen vader Roderich zélve. bin. ren tradt. Hij had, daar de deur openftondt, van verre dien kleinen twist mede gehoord, en, naauwlijks was hij binnen de deur, of terftond was 't,

„ Hoe zo druk Kinderen I wat is 'er toch voor

oorzaak tot gekijf. —

He nd. Een kleine ftputigheid van Karei, wiens aanmerkingen voor Mina, gelijk meer gebeurt, wat al te gevoelig zijn. Anders niet lieve Grootvader.

Karel. Wij overleiden, lieve Grootvader, wat gij ons beden avond vertellen zoudt. Louife wilde gaarn wederom iets van eene Tovernimf hooren. Mina insgelijks, en ik ook, maar Mina wilde het gaarne om de bloemen, knopjes en ringen; en ik beduidde haar, dat niet deze, maar de zedélesfen de hoofdzaak waren. —

Mina. Neen, lieve Grootvader! ik wilde daarvan niet hooren, om dier bloemen en ringen wille; — 'maar als gij ohs diergelijke verhaalde, dan wilde ik gaaarne, dat 'er ook van zuike bloemen inkwam.

Grootv. Ik begin te vrezen, of gij Ü toch ook een weinig daaraan hebt vergaapt, hoe zeer ik in Karei afkeur, dat hij ü bij die gelegenheid wat -fcherp heeft berispt. — Welaan, ik weet goed raad.

Om

Sluiten