Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i87 )

Om voor te komen, dat men aan zodanige bijhangfels en uiterlijkheden niet büjve hangen, zal ik U eene geheel andere gefchiedenis verhaalen, van een jonge Prins, die insgelijks wierd opgevoed, gelijk die der Roxolaanen, waarvan wij gisteren gehoord hebben. —■

H e n d. Ik geloof, dat ik gisfen kan, wien Grootvader bedoelt. — Is het niet Cyrus?

Grootv. Juist mijn Kind! dezelfde is het. En ik twijfel niet, of die gefchiedenis zal U niet minder behaagen, dan de andere, al komen *er geen bloemen, noch knoppen, noch ringen in te-pas.

Hend. Zal ik dan ook eerst de Landkaart krijgen? .

Grootv. Dat is zeerwel bedacht.' Heden komt die beter te pas, dan bij den Prins der Roxolaanen. Gij weet toch zeker welke Kaart gij moet hebben? Hend. Is het niet de oude Kaart van Perfie? Grootv. Zo is 't; — Cyrus was de Zoon van een Perfisch Koning. — Dit Per-fa — doch krijg liever eerst de oude Kaatt van Afie. daarop zullen wij het best vinden.

Hendrik was fpoedig met dezelve in de Kamer, ziet hier, zeide de Grootvader, — beneden aan den Perfifchen Zeeboezem ligt Perfie, met deszelfs Hoofdftad, Perfeptlis. Rieer noord waards, daarboven is Afe-ie gelegen — met Achmeta, of Ekbatana en Sufa — Ter linker zijde, en dus wes;waards

ziet

Sluiten