Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' ( 90 )

'i, der, of uw Vader?" wat zou Cyrus hierop snt« Woorden? Astyages was 'er bij tegenwoordig. —

Karel, Daar zou ik toch verlegen geweest zijn *- nu wat zeide hij, lieve Grootvader?

Grootv. „ Onder de Perfiamen is mijn Vader „ verre weg de fchoonfte, maar onder de Mediers „ mijn Grootvader." — . M iw a., Eij, dat was wijs. — Karel. Ja, gelukkig, dat het uwe goedkeuring wegdraagt s zoudt gij ook niet wel zo wijs geant. Woord hebben? —

Grootv. Scherts is goed, lieve Karei, maar men moet niet fcherp, niet Hekelachtig worden. — Men ging nu aia de maaltijd. Astyages, Madant en Cyrus fpijsJen met de hovelingen. Hier was een groote overvloed van gerichten. Astyages had uit. drukkelijk bevolen, dat men de tafel zo rijkelijk met fpijzen vullen, en die fpijzen zo fmaaklijk bereiden zou, als eenigfints doenlijk was, ten einde daardoor Cyrus te meer te vermaaken, en hem zijn verblijf zodanig te veraangenaamen, dat hij nooit wederom naar Per/ie verlangde. — Diergelijke was voor Cyrus zeer vreemd. „ Wat hebt gij coch „ een groote moeite bij uwe maaltijd," zeide Cyrus tegen Astyages. „ Hoe zoo, mijn kind?" — „Wel (antwoorde hij) om dat 'er zo veele fchotelen zijn, „ naar welke gij de handen moet uitftrekken, en „ zo veelërlei fpijzen moet proeven." — „ Hoe

dan

Sluiten