Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 191 y

da» ;is deze maaitijd dan riet veel fmaïjeren kos* „ telijker, dan de Perbiche?" — vroeg JtOyagejl In „ geenen deele, lieve Grootvader! zeide Cyrus: — bet middel om verzadigd ie worden, is bij ons „ veel beknopter en eenvouwiger. — Eenvouwig „ brood en vleesch is ons daartoe genoeg. Gij hebt „ hetzelfde doel met ons, doch de weg dien gij „ lieden tot dat einde doorwandelt, loopt met veel „ meer bogten en omwegen, en dan, wanneer gij „ die alle zijt doorgedwaald, komt gij eerst met „ zeer veel moeite daar, waar wij reeds van over. „ lang zijn. " — ,, Die omwegen vallen ons niet „ moeilijk, " Zeide Astyages, „ wij verliezen 'er „ niets bij. Proef flechts, en gij zult ondervinden,

ti dat die omweg zeer aangenaam is. " „ Mij

„ dunkt echter, lieve Grootvader! dat gij zaif een tegenzin tegen die fpijzen hebt." — >, En „ waarom denkt gij dit ?" — „ Wanneer gij brood „ aanvat (zeide Cyrus) dan zie ik niet, dat gij uwe „ handen afveegt. Doch zo ras gij andere fpijzen „ hebt aangevat, terftont neemt gij een daek, en „ veegt uwe handen af, even als of het U onaan„ genaam is, dat gij de fpijzen in de hand ge-

„ had hebt." „ Denkt gij, dat, nvjn Kind!

(zeide Astyages) welaan, eet dan brood en vleesch, „ zo veel gij wilt, dan word gij groot, en keert „ als jongeling terug." — Hierop liet hij hem zeer veele Schootelen voorzetten, met vleesch van wild en tam vee. Pt4-

Sluiten