Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 192 )

Cyrus dien overvloed vari vleesch ziende, vroeg,; of hij daar over naar welgevallen kon befchikkens en dit door z jn Grootvader toegedaan zijnde, nam hij het vleesch, en deelde het onder de Bedienden van zijn Grootvader uit. Bij elk deel, 't welk hij overgaf, zeide hij, waarom hij dit aan hun gaf. — „ dit geve ik U, «zeide hij tegen den een) om dat » gÜ mij ryden leert — dit aan U, om dat gij mij „ een Werpfpies hebt gegeven; — dit aan U, om „ dat gij mijn Grootvader naar behooren bedient, dit „ aan U, om dat gij mijne Moeder eerbied en hoog. .„ achting betoont." Zo deelde hij alles uit, tot dat hij niets meer had. —

. „ En krijgt mijn goede Sacas, van wien ik zo „ groot houde, dan geen fi'uk?" vroeg. Astyages. Sacas was een man van aanzien, fraay van gedaante en houding. Hij was des Konings Schenker, en daar te boven had hij het ambt, om alle degeenen, die den koning fpreken wilden, bij hem te brengen, indien zij biliijke verzoeken te doen hadden; anders wierden zij afgewezen. —-

Metalle vrijmoedigheid, en zonder eenige fchroom, vroeg Cyrus, waarom Astyages zo veel van Sacas hieldt. — „ Ziet gij dan niet" (zeide deze al fchertfende) „ hoe fraai hij den wijn voor mij inschenkt?"— „O! lieve Grootvader, (zeide t> rus) geef flechts bevel aan Sacas, dat hij mij het „ drinkgereedfchap ter hand ftelle, en dan zal ik

zien

Sluiten