Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 195 >

„ en belachlijk, dat er niets aangenaams in Was.

Aile zongen door elkander, en dus kon de een „ den ander niet hooren, en nochtans zwoert gij, „ dat de een en ander fraai gezongen hadt. —„ Elk van u beroemde zich op zijne magt en „ fterkte, en toen gij opflondt, om te danfen, „ waart gij in plaats van fterk, zo zwak, dat gij, „ niet alleen niet geregeld kont danièn, maar niet „ eens recht over einde kont ftaan. Ja alle de „ aanwezende vergaten, dat gij hun Koning „ waart, en maakten zich met u veel te gemeen,, zaam." —

Karel. Die Cyrus moet nog al een vrijmoedige knaap geweest zijn.

Mina. Wel, mij dunkt dat het nog al zeer onbefcheiden was voor een kind van die jaaren. Mogt hij zo maar tegen zijn Grootvader fpreken?

Hend. Ik zou tegen mijn Grootvader zo niet durven fpreken!

Grootv. Lieve kinderen! ik prijs uwe befcheidenheid; en ik vind ook, dat Cyrus hier wat al te vrijpostig was: evenwel deedt hij dit met geen kwaad oogmerk, om iemand te beledigen, maar in alle eenvouwigheid. — Hij wist niet, dat dit voordvloeide uit onmatigheid, en fchreef dit dus toe aan de kragt van den wijn op zich zelf. — Uit dien hoofde moet gij dit niet aanmerken, als Na of

Sluiten