Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 1-97 >

^, meenjgwerf, wanneer is naar" mijn Grootvader; „ wil gaan , houdt die lêelijke man mij terug. i3 Maar, lieve Grootvader! vergun mij , dat ik „ flechts eene drie dagen over hem mag heer-

„ feben "

En hoe zoudt gij dan uwe ,heerfchappij over ., hem uitoefenen?vroeg jistysges

„ Ik zou , (zeide Cyrus) gelijk hij, aan den in„ gang van uw vertrek gaan ftaan , en wanneer „ hij dan , ten tijde van het middagmaal, wilde „ binnen komen , zou ik zeggen, dat hij niet

binnen kon, dat de Koning nog iets te doen „ heeft. Wanneer hij dan tot de avondmaaltijd „ wilde kómen, zou ik zeggen, dat gij nog in „ het bad zijt; en zo wüde ik hem plagen, en „ houden hem op van het eene uur tot het an„ der; even gelijk hij mij plaagt, en weigert om „ mij bij u te laten."

Door diergelijke gedragingen en geestige invallen maakte hij zich zo bemind, dat, toen zijne moeder wederom naar Perfie wilde reizen,. Astyages h*em bij zich wilde houden. — „ Dat zal bezwaar. „ lijk gelukken," zeide Mandane. Men ftelde het hem voor, en fpoedig was hij gereed. Zijne moe. der , hierover verwonderd , vroeg hem naar de treden. „ Lieve moeder! (antwoorde Cyrus, ik w ben t'huis al zo wel geoefend in 't geen men IN 3 „ daar

Sluiten