Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 13 )

delyke'gefteldheid, niet de algemeene grondilagis. De behoefte drukt den mensch neder, berooft zyne ziel van haare veêrkragt, verleidt hem tot luiheid, en. menigmaal tot erger, en de hulp van zynen medemensen, als zy zich niet verdsruitftrekt, dan tot zyn levensonderhoud, geneest hem maar ten halve. De zedelyke gelteldheid des Armen moge zich dan nog zo zeer tegen eenen byftand verzetten , die hem uit zyne traagheid opwekt, en hem de middelen terug geeft, om van zyner handen arbeid te beftaan ; daar moet de verftandige Weldoener zich niet aan ftooren, maar in tegendeel den eerften wederftand gering agten, en voortgaan. De Arme, zo rasch als hy wederom eenen tyd lang zo veel gewonnen heeft, dat hy aan de kost komt zonder aalmoezen, wordt een ander mensch, en zyne zedelykheid verryst uit de asch. Men befchouwt de armoede veel te veel van de zyde van het ligchaam alleen, en let niet genoeg'op de verbastering der ziel, welke nogthans even zeer denChriften in zynen Broeder, en den Staatsman in zynen medeburger behoorde zeer te doen. Geen veiliger geneesmiddel vcor deeze gedugte kwaal, dan herftel van nyverheid onder eene ledigloopende, bedelende volksmenigte. Zo dachten voorzeker de Oprigters van ons Werkhuis, zo denken de Voorftanders van Fabryken in do Godshuizen, hier mede ftemt denkelyk ieder leezer van ons blaadje over één; maar de kosten zyn altyd te groot geweest, om, na het overkomen

van

Sluiten