Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NASCHRIFT.

£do ver was dit Blaadje gefchreeven, op het eind van den afgeloopen Winter, om te dienen tot een vervolg van het derde Stukje. Ik had het eerfte, reeds twee jaaren geleeden, uitgegeven, en by den Watersnood in Gelderland, en daar uit voortgevloeid gebrek, naar die oorden verzonden. Dan, of het daar een meerderen indruk gemaakt hebbe dan hier, is my niet gebleeken. Den volgenden Winter hervatte ik mynen taak, uit hoofde van het ftreng getyde, in de hoop van eenige vordering te maaken, welke nogthans verdween. Thans, nu een derde Winter begint, met een vooruitzigt op hooger nood, fchep ik eenige betere verwagting uit de poogingen, in de Oeconomifche en andere Couranten vermeld, en zénde ook dit vierde Stukje ter Drukpers. Ik voeg 'er flegts eenige woorden by, voor eerst, om, ware het mogelyk, by den eenen of ander Geleerden de lust op te wekken, tot de vertaaling van de Werken van den Graaf van Rumford, die in het Engelsch, Hoogduitsch en Fransch te krygen zyn, maar myns weetens nog niet in het Hollandsen, offchoon de omftandigheden juist gefchikt zouden zyn, om 'er een groot debiet aan te verzekeren, en gevolgelyk beide den Vertaaler en Uitgeever daar toe aan te moedigen. Ten tweeden bid ik nogmaals alle Opzieners over Armen en Armengeftigten, te willen bedenken, dat zy in ééns te redden zyn uit alle de verlegenheden van ontoerykende Fondfen, door een gebruik van dezelven, op nieuwe Economifche beginfelcn gegrond. Nieuwe Inftellingen zyn 'er veel minder noodig, dan eenige verandering in de werkzaamheden der ouden, ingevolge van eene zeer eenvoudige Theorie, op welke de praktyk, in de helft van Europa, federt eenige jaaren, haaren ftempel gedrukt heeft.

Sluiten