Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodüs XXI. vs. 16. 13

Heidenen, en de Mofaïfche wet ten hunnen opzichte, het meest fchijnbaar bewijs oplevert, welk uit de heilige Schriften voor de West Indifche flaavernij kan afgeleid worden. Met betrekking tot dit geval, fpreekt de wet van Jehovah aldus: Aangaande uwen /laaf of uwe /laavin die gif zult hebben, die zullen van de volkeren zijn die rondom u zijn; van die zult gij eenen /laaf'of flaavinne koopen. Gij zult ze ook koopen van de kinderen der bijwooneren , die bij u ah vreemdlingen verkeer en, uit hen, en uit hunne gefachten, die bij u zullen zijn , die zij in uw land zullen gewonnen hebben (ƒ). Ten aanzien van deeze Godlijke wet, mag men aanmerken, dat 2c iüul ststfrr*-, maar alleenlijk toeliet , dat de Israëliërs Heidenen kochten , tot eenen laageren trap van dienstbaarheid , dan waar toe een Hebreeuw mogt gebruikt worden. Dat is, indien zij immers flaaven hielden , dan moesten die laagfte dienaars genoomen worden uit de Heidenen. *- Deeze wet gaf den Israëlijten geen vrijheid, om zee en land te doorreizen, tot in afgelegen gewesten, gelijk de flaavenhandelaars thands doen , om hunne medemenfchen te koopen, en tot flaaven te maaken; maar zij bepaalde alleenlijk, dat indien zij ooit

flaa-

(ƒ) Lev. XXV: 44, 45-

Sluiten