Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|| LEERREDE

hun gepleegd bedrog, en als een teeken, dat zij tehoorden tot die Naatfijen , tegen welken het vonnis der verdelging uitgefprooken was, werden zij geplaatst in eenen ftaat van minderheid , en gebruikt tot laage beezigheden (/)■ Wij vinden echter, dat, wanneer Saul hun nageflacht met wreedheid behandelde, Gods toorn daar over ontftak; en dat de Heer aan David zijn ongenoegen deed blijken, omdat hij die * wreedheid niet in een vroeger tijdperk zijner regeering gewrooken had ( m ). Wij hebben een ander voorbeeld, welk hier zeer te ftade koomt, in de regeering van Davids doorluchtigen Opvolger ; van wien aldus geboekt ftaat: Aangaande al het volk dat evergebleeve* was van de Amorijten, tiet hij ten , Ferezijten, Hivijten , en Jebufijten, die niet waren van de kinderen Is* raê'ls; hunne kinderen, die na hen in het land overgebleeven waren, die de kinderen Israëls niet "hadden kunnen verbannen; die heeft Salomo gebragt op slaafs chen uitschot, tot op deezen dag. Dochvan de kinderen Israëls maakte Salomo geenen flaaf; Waar zij waren krijgslieden , en zijne knechten , in zijne Forsten , en zijne Hoofdlieden, en de

Ovef

(O Jofua IX. (sjja Sam. XXI.

Sluiten