Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 LEERREDE

van Afrika ? — De Godlijke rechtvaardigheid doemde de wellustige en godlooze Naatfijen van Kanaan ter verdelging, of tot eenen ftaat van diepe vernedering ; en de uitvoering van dat vonnis, was aan Abrahams nakroost uitdrukkelijk bevoolen. Maar aan welke Moogendheid van Europa heeft God immer last gegeeven, om dergelijke oordeelen op' de Afrikaanen uittevoeren? — Die geenen, welken de Heer zijnen volke toeliet te koopen, tot eenen zekeren trap van flaavernij, moesten of Kanaanijten zijn, die onder hen woonden, of van de zulken uit de rondom hen gelegen Volken. Maar kan dit ons recht geeven, om een verre afgelegen gewest te bezoeken, met oogmerk , om deszelfs onfchuldige inwooners te koopen en tot flaaven te maaken ? — Die Heidenen, welken God den Israëlijten vrijheid gaf te koopen, moesten door hun zeiven tot laage diensten gebruikt worden. Maar kan dit het gedrag der Engelfchen, of andere handeldrijvende Volken wettigen, die Negers koopen , en dezelven aan andere Volken verkoopen ? De eerstgemelden werden gehandeld als menfchen, die in het Godlijk oordeel de rechten van burgeren verbeurd hadden; maar met de' laatften handelt men als lastbeesten , of als artijkelen van koopmanfchap. — De Kanaanijtifche flaaven, onder de Israëliërs,

wa«

Sluiten