Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodus XXI. vs. 16". 29

wet, over den ganfchen aardbodem. Laat den ftand van eenen onfchuldigen Neger zoo gering zijn als men wil, zijne armoede zoo groot — zijne manieren zoo ruuw zijne zielsvermogens zoo bekrompen, als men zich verbeelden kan; hij heeft nogthans het -zelfde recht tot perfooneele vrijheid, als eenig mensch die op aarde leeft. Want de rechten der menschheid aan ons ganseh geflacht gemeen zijnde, moeten zij dezelfden zijn in alle; weerelddeelen.

Hier uit volgt dan onwederfpreekelijk , dat indien er een wettig recht onder de menfchen beftaat, om onfchuldige perfoonen, tot de laagfte en wreedfte flaavernij, te koopen, zulks een gemeen recht moet zijn , het welk gelijklijk plaats vindt bij alle Volken $ en de uitoefening van het zelve, kan door geenerlei zedelijke grondbeginselen eenigszins bepaald worden. Geene bepaalingen kunnen hier worden aangeweezen, dan die van magt, of Maatkunde, of geneigdheid. Het zou derhalven volftrekt even billijk, goedgunstig, en menschlievend gehandeld zijn, indien de Afrikaanen, belaaden met voordbrengfelen uit hun land, jaarlijks onze zeehavens bezochten, gelijk wij de hunnen , en met het zelfde oogmerk. Ja, zij mogten dan , indien het in hun vermogen was, met gelijk recht , en met minder fchande, een honderd en tagtig

of

Sluiten