Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodus XXI. vs. 16. 35

Doet wel den geenen die u haaten. Maar is niet het ganfche ftelfel tegen welk ik pleit, geheel ftrijdig en volflxekt onbeftaanbaar met den geest dier Godlijke lesfen ? Eischte onze dierbaare Heiland eene oprechte welwillendheid en daadlijke liefdebetooning jegens onze vijanden; dan kan Hij voorzeker zich niet voldaan houden met een' minderen trap van liefde en wejdaadigheid, omtrent de geenen die onze vijanden

niet zijn die nimmer ons eenig kwaad dee-

den; die het nooit in hunne magt hadden ons te beleedigen; en die welligt nooit van ons gehoord hebben. Zulke menfchen te behandelen als of zij ons in onze dierbaarfte belangen zeer grootlijks benadeeld hadden, en als of zij onze onverzoenelijke vijanden waren , moet volllrekt aanloopen tegen den Godlijken eisch in deeze voorfchriften , en tegen alle denkbeelden vari zedeliike verpligring. Dusdaanig is nogthans de Negerhandel en deszelfs gevolgen, dat de hoogfte trap van duivelfche boosheid, welke ooit in het hart van eenig mensch tegen zijnen bitterden vijand huisvestte, hem bezwaarlijk in dit leven eene' grootere maate van opeengeftapelde jammeren zou kunnen uitdenken of toewenfclaen, dan die, waar onder veele duizenden onfchuldige , gevangen, en mishandelde Afrikaanen zugten.

Ca Al-

Sluiten