Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodus XXI. vsi 16. 37

drag te verdeedigen, verdient billijk , volgends zijne eigen grondbeginselen, geftoolen, gekocht, en verkocht te worden, tot eenen gelijken ftaat van flaavernij; want dezelfde redenen , welken bewijzen dat één onfchuldig mensch een onfchendbaar recht heeft tot perfooneele vrijheid , bewijzen het zelfde ten aanzien van alle onfchuJU dige menfchen.

Alle dingen die gij wilt dat u de menfchen doen zullen, doet gij hun ook alzoo. Dit bevel van den grooten Heiland, heeft men meenigwerf den gulden regel genoemd. Het prijst zich der reden en het gewisfe van elk mensch aan, als volmaakt wijs en goed. Ijder een beroept er zich op, als ten hoogften waardig in acht genoomen te worden, wanneer hij zich door zijnen evenmensch in zijne rechten verkort ziet. Men moet zelfs de Negerkoopers of Slaavenhouders niet aanmerken als ongevoelig van de voortreffelijkheid dier zedenles, wanneer het hunne eigen perfoonen, of huisgezinnen, of belangen geldt. Want wie is er, onder alle de Handelaars in menfchen, en onder alle de Slaavenhouders, die oordeelen zoude dat hem recht gefchiedde, indien hij, na door den een' of anderen booswicht gefchaakt te zijn, zijn gebeente en zenuwen, zijne ingewanden en zijn bloed, te koop zag veilen, en daadrijk door iemand, die zijne beeC 3 zig-

Sluiten