Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over. Exodus XXI. vs. 16. 43

nelijk , dat het grootfte en beste deel onzer landgenooten, met opzicht tot zekere West Indifche voordbrengfelen zouden gezegd hebben: Zijn deezen niet het bloed van onfchuldige men* fchen3 die geftoolen, gekocht, en verkocht zijn, en met welken men handelt als met beesten? Wij behooren nogthans te gedenken, dat een faamenftel van ongerechtigheid niet gewettigd wordt door deszelfs ouderdom, noch door de meenigte der geenen die er deel in hebben. — Zeer duidelijk blijkt derhalven, dat de Handel, en de Slaavernij, van welken wij fpreeken, vlak ftrijdig zijn tegen de voorfchriften van Christus > en tegen den ganfehen inhoud en het oogmerk zijner leer; zoo als breeder zou kunnen getoond worden, indien dc rijd zulks toeliet.

Gelijk onze Engelfche zeehavens , Liverpool en Bristol, hedendaags tot haare fchande vermaard zijn, van wegen haaren koophandel in menfchen en derzelver rechten; zoo waren Tyrus en Sidon, in de eeuwen der vroegfte oudheid, desgelijks berucht. Dan laat onshooren, wat Jehovah tot de onmenschlijke hoewel rijke kooplieden dier oude fteden fprak. Dus luidt het Godlijk verwijt, en de geduchte bedreiging: Wat hebt gij met mij te doen, gij Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina? Zoudt gij mij eene vergelding wedergeeven ? Maar zoo gij mij wilt

ver-

Sluiten