Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ove& Exodus XXI. vs. 16. 47

tig te bidden om de tusfchenkoomst der Godlijke Voorzienigheid, ter affchaffing van den verftteijelijken koophandel in menfchen. Dat het onze onlosmaakelijke pligt is, te bidden om de uitbreiding van Jefus zichtbaar Koningrijk onder de menfchen, is klaar; dat de verachte Afrikaanen natuurlijk niet minder gefchikt zijn om geestlijke onderdaanen van Christus te worden , dan wij, daar aan kan men niet twijfelen; en dat de Slaavenhandel thands een onoverkoomelijke hinderpaal is, tegen de uitbreiding van het Christendom onder hen, lijdt geen bedenking. Ja, het is een onoverwinbaare flagboom tegen den voordgang der befchaaving onder dat volk, en tegen eenen eerlijken koophandel met hun. IJver voor de eer van cnribcus, «1 liefde tot onze medemenfchen, moeten ons derhalven aanzetten , om vuurig te bidden, dat het grouwzaam beletfel wechgenoomen, en Christus onder hen verheerlijkt mooge worden. -— Wij moeten niet alleenlijk bidden , dat God den heilloozen handel in menfchen op de kusten van Afrika vernietige; maar ook, om de trapsgewijze flaa» Icing der onderdrukte Negers in de West Indifche Eilanden — dat de flaavernij van onfchuldige menfchen geheel mooge ophouden , en wechzinken onder de verfoeijing van gansch Europa. Want wat moeten de verllaafde Afri-

kaa-

Sluiten