Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodus XXI. vs. 16. 51

bidden; maar zij zijn niet te min gepaste voorwerpen onzer welwillendheid — ja zij verdienen even daarom een' grooter trap van medelijden.

Daar wij thands voorneemends zijn, eene infaameling te doen, ter bevoordeling van het algemeen oogmerk der loflijke Maatfchappij, welke fmds eenige jaaren in deeze Hoofdftad aanweezig is, tot het bewerken der Affchaffing van den S/aa> yenhandel; wilde ik u ernstig vermaanen, om dooi eene milde toelage haare poogingen te onderftcunen. De leden dier weldaadige Maatfchappij hebben zich zeer loflijk gekweeten. Zij verdienen den bijlband en de erkendtenis van eiken vriend van rechtvaardigheid en menfchenliefde. Laat ons derhalven trachten, hunne handen te fterken, en de rechtvaardige zaak voor welke zij zich vereenigd hebben, te bevoorderen; niet twijfelende, of de wijsheid, de billijkheid, en weldaadigheid der Britfche Wetgeeving, zal eerlang zich openbaaren, in de geheele affchaffing van den Engelfchen Koophandel in menlchen, en in het belchikken van eene trapswijze vrijlaating der Negerflaaven in onze West Indifche Eilanden.

Om te befluiten. Mijne Broeders, gelijk elk onbaatzugtig mensch, die eenigermaate onderrecht is van de zaak waarover wij handelen, en dezelve met bedaardheid overweegt, niet nalaaten kan, den Slaavenhandel en de Slaavernij hardijk te verD a foei-

Sluiten