Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52 LEERR. over Exodus XXI. vs. 16.

foeien; 700 is elk, door Godlijk gezag, en door de fchuldige zorg voor zijne eeuwige belangen, verpligt, te waaken tegen alle verdorvenheden inwendig, en tegen alle verzoekingen van buiten, Welken hem eenen flaaf'der zonde zouden maaken. Het is toch zeer moogelijk, dat iemand billijk, weldaadig, en menschlievend zij jegens zijne natuurgenooten, terwijl hij een vijand van God is, en een onderdaan van Satans heerfchappij. Het zou onvergelijkelijk beter voor ons zijn, gekocht en verkocht tz worden als beesten, om flaaven te zijn in de West Indien , indien tevens de liefde van God in onze harten uitgeftort was, en wij de vrijheid der gerechtigheid mogten bezitten — dan alle de vrijheden van Britfche onderdaanen te genieten, terwijl wij verfiaa/U bleeven aan de zonde en den Satan. Want, hoedaanig ook onze ftand mooge weezen ten aanzien van weereldlijke dienstbaarheid; indien wij flegts vrede in ons geweten hebben, door het verzoenend Bloed van Christus, en vrijheid van de magt der

verdorvenheid, door wederbaarende Genade .

dan zijn we vrijgelaatenen des Heeren a en erfge*aaamen van eeuwige heerlijkheid.

PROE.

Sluiten