Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Belydenis. ïg

ffeerc 'hunnen God, en David, hunnen Koning. Hof. 3: 4, 5-

V. Maar men kan op de Gefchiedenisfen van het Nieuwe Testament weinig ftaat maaken: want men heeft wel 40 Evangeliën gehad, en de Christenen, in laater tyd, hebben 'er alleen vier behouden , die best met elkander overeen kwamen ; en wie weet nu, welken de waare zyn?

A. Het is niet vreemd, dat zig veele Lieden hebben opgeworpen, om mede de Schryvers van zulk een Gefchiedenis te zyn: en veelligt hebben 'er hunne Vyanden ook de hand in gehad, om dus de ganfche Gefchiedenis onzeker te maaken : maar kan men ontkennen, dat de Christenen, in den eerften tyd, in ftaat waren, om te oordeelen, welke Evangeliën waar, of valsch waren ? En zyn 'er niet genoegzaame redenen om vast te ftellen , dat ze hier in geenzins ligtgeloovig te werk gingen ? Men kan ook met zekerheid bewyzen , dat de eerfte Christenen nooit meer dan die vier Euangeliën hebben aangenoomcn, welken nog van de Christenen erkend worden: byvoorbeeïd, Ireneus verklaart in zyne Roeken tegen de ketteryên ,, dat 'er geene andere Euangeliën onder de Christenen waren aangenoomen, dan deeze vier, Mat-

Bi theus,

Sluiten