Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 C e l o o f s-

derteken. Vcrgelyk Gene/. 24. 16". ets: Spreuk. 30. 19, 2.0. word duidelyk onderfcheid gemaakt tusfchen een Maagd, en een overfpeelige Vrouw. Dus blykt tevens, dat men deeze plaats van den Messias verdaan moet.

V. Maar hoe kan Jezus de Messias zyn: hy heeft immers niet geiïreeden tegen Gog en Magog, gelyk van den Messias voorzegd is, Eztch. 38. en 39?

A. Deeze zwaarigheid is van geen gewigt: want de Propheet leert niet, dat de Messias dit in eigen perfoon zoude doen.

V. Maar Eli as , voorheen beloofd, Mal. 4. 5. is nog niet gekoomen, en dus kan Jezus de Messias niet zyn.

A. Hy is gekoomen, die door den Propheet daar bedoeld 'is, te weeten Johannes de Dooper, waar van Josephus een voortrefFelyk getuigenis geeft in het VII Hoofdft. van het XVIII Boek der Jood/che Oudheeden. En Johannes de Dooper kan immers zo wel Elias heeten, als de Messias David.

V. Maar 'er is evenwel nog geen derde Tempel gebouwd, gelyk voorzegd is. Ezech. 40. 47.?

ef

Sluiten