Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bel y d e n i 6. 30

•ongenoegen opeabaaren, dat is, hy meet dezelve ftraffen.

V. Hoe kunt gy dit gewigtig ftuk bewyzen'?

A. Ik kan dat bewyzen

1. Uit Gods Wysheid , die altoos vordert, dat hy de beste middelen beraame lotl ftaaving van zyn hoog gezag, 't welk door de zonde gefchonden word.

2. Uit Gods Heiligheid, die wil, dat hy, op alle mogelyke wyzen, zyn afkeer van de zonde toone.

3. Gods Goedheid eischt ook nimmer het ftraffen, zo zyn heilig Regt dat niet vordert.

4. En kon God nalaaten de zonde te ftraffen, dan kon hy ook nalaaten dezelve te verbieden; en kon liy nalaaten dezelve te verbieden, dan was het onderfcheid tusfehen Goed en Kwaad niet anders, als een denkbeeld zonder weezen.

5. Het behoort eindelyk tot de verheerlyking van Gods Naam, dat hy den fchuldigen niet ontfchuldig boude. Exod. 34. 5-7-

V. Maar weet Gy, wie een volkomen Voldoening daar kan ftellen? A. Niemand anders als een Godlyke C 4 Borg,

Sluiten